Mitch van Gellekom is Technisch Directeur van Adelaide United FC. Met hem kijken we naar zijn rol in Australië en wat hij daar allemaal wil gaan bereiken.
Vier dagen Nederland.
Voor Mitch van Gellekom is het genoeg om weer even helemaal terug te zijn. Familie zien, oude collega's ontmoeten en opnieuw rondlopen op bekende grond. „Het voelt als thuiskomen."
Toch ligt zijn toekomst inmiddels duizenden kilometers verderop. In Australië, waar de Limburger sinds begin 2025 werkzaam is als technisch directeur. Wat begon als een bezoek om eens rond te kijken, groeide uit tot een avontuur waar hij voorlopig nog lang niet klaar mee is.
„Ik ben in januari 2025 voor de eerste keer gegaan. Toen was ik officieel nog bij PSV. Ik wilde gewoon even buurten en kijken. Het beviel uiteindelijk zó goed dat ik ben blijven plakken."
Van een jongen uit Limburg naar een technisch directeur in Australië. Het klinkt misschien als een opmerkelijke route, maar Van Gellekom heeft inmiddels zijn draai gevonden. En belangrijker nog, hij ziet volop mogelijkheden om het Australische voetbal verder te ontwikkelen.
Een ander voetbalniveau
Dat het voetbal in Australië goed zou zijn, wist Van Gellekom vooraf. Dat het niveau hem daadwerkelijk zou verrassen, had hij niet verwacht.
„Ik was zelf ook wel redelijk arrogant toen ik die kant op ging", geeft hij lachend toe. „Maar het is echt goed voetbal. Alleen de weerstand is anders."
Dat heeft vooral te maken met de enorme afstanden in het land. Voor jeugdteams is het simpelweg niet haalbaar om iedere week tegen de beste academies van bijvoorbeeld Melbourne of Sydney te spelen. De kosten en reistijden lopen daarvoor te hoog op.
Precies daar ligt volgens Van Gellekom een belangrijke kans. Met zijn jonge team wil hij ervaren wat het hoogste niveau vraagt.
„We willen onze jongens blootstellen aan de weerstand die ze hier kunnen verwachten. Ze moeten zien wat er op het hoogste niveau gebeurt. Het resultaat is daarbij niet eens zo belangrijk. Het gaat vooral om de ervaring."
Want uiteindelijk draait alles om ontwikkeling. Net als bij PSV ligt de focus op het opleiden van eigen spelers, ze zo goed mogelijk voorbereiden op het eerste elftal en uiteindelijk de stap naar Europa mogelijk maken.
„Als je die stap naar Europa wilt maken, moet je wel tegen Europees niveau spelen. Dan weet je waar het aan schort en waar je aan moet werken."
Uren maken
Op technisch vlak ziet Van Gellekom nog een belangrijk verschil tussen Nederland en Australië. De ontwikkeling binnen een professionele jeugdopleiding begint in Nederland veel eerder. Bij PSV komen spelers al op jonge leeftijd binnen en maken ze aanzienlijk meer trainingsuren.
„In Australië beginnen ze later met het echt ontwikkelen binnen een BVO. Bij PSV zit je soms al vanaf een jaar of acht. Bij Adalaide trainen we ongeveer 4,5 uur per week bij de lichting O13-O16, terwijl dat hier bij PSV richting de tien uur gaat. Dat zijn behoorlijk wat baluren die je mist."
Juist die technische verfijning is een gebied waarop volgens hem nog veel winst te behalen valt. Tegelijkertijd kent Australië ook kwaliteiten die Europese spelers niet zomaar meenemen.
„Fysiek fit zijn en intensiteit, dat is in Australië heel hoog. En de temperatuur maakt het natuurlijk extra pittig."
Dat merkt hij ook bij spelers die vanuit Nederland of Europa naar Australië komen. Zij zijn niet automatisch vanaf dag één een versterking. De omstandigheden vragen om aanpassing.
De Nederlandse hand in het Australische voetbal
Hoewel de verschillen groot zijn, is Nederland nooit ver weg. Het Australische voetbal is volgens Van Gellekom sterk beïnvloed door Nederlandse trainers en voetbaldenkers. Namen als Guus Hiddink en andere Nederlandse voetbalmensen hebben hun sporen in het land achtergelaten.
Van Gellekom ziet zichzelf niet zo snel in dat rijtje staan. „Ik ben gewoon een hele simpele Limburgse jongen", zegt hij nuchter.
Maar ambitie heeft hij wel. „Als we iets meer structuur kunnen aanbrengen en het iets anders kunnen benaderen, dan kunnen we dat weer verder doortrekken."
Een belangrijke partner daarin is Ernest Faber, met wie Van Gellekom eerder bij PSV samenwerkte. Faber haalde hem uiteindelijk naar Australië. De samenwerking is inmiddels uitgegroeid tot een relatie die verder gaat dan alleen collega's zijn.
„Ernest is echt mijn mentor. Ik leer heel veel van hem en we sparren eigenlijk iedere week nog."
Dat contact is gebleven, ook nu de twee niet meer dagelijks naast elkaar op de werkvloer staan. Wedstrijden worden besproken, verbeterpunten geanalyseerd en situaties vanuit verschillende invalshoeken bekeken.
„Je ziet een bepaald verbeterpunt en dan vraag ik hem: hoe kunnen we dit het beste triggeren? Zodat die jongen zich ontwikkelt zoals we denken dat hij zich zou moeten ontwikkelen?"
Juist in die details zit volgens Van Gellekom de kracht van opleiden. En met iemand als Faber naast zich heeft hij iemand met een indrukwekkende hoeveelheid ervaring om op terug te vallen.
„Hij heeft Champions League gespeeld. Van een betere kun je niet leren."
Steeds professioneler
Hoewel Van Gellekom pas relatief kort in Australië werkt, ziet hij inmiddels duidelijke veranderingen. Het project waar hij samen met Faber aan begon, draait inmiddels ongeveer twee jaar. Vooral organisatorisch en op het gebied van individuele ontwikkeling worden volgens hem flinke stappen gezet.
De centrale vraag is daarbij simpel: waar ligt het unieke talent van een speler en hoe kun je dat verder ontwikkelen?
„We hameren heel erg op wat je uitblinkend vermogen is en hoe we dat kunnen verbeteren. Vervolgens richten we de trainingssessies zo in dat jij als individu het meeste groeit."
Die aanpak begint zichtbaar zijn vruchten af te werpen. De organisatie wordt professioneler, de werkwijze strakker en spelers ontwikkelen zich sneller.
Van Gellekom benadrukt daarbij meteen dat hij de credits niet alleen voor zichzelf wil opeisen. „Dat is echt het team waar we nu in geloven en waarmee we bezig zijn."
Een van de belangrijke schakels daarin is Paul Vanis, die inmiddels als Head of Development werkt. „Hij heeft onze ideologie en materie volledig omarmd en is die helemaal aan het implementeren. We hebben echt een fantastisch team staan."
En toch is er één vinkje dat Van Gellekom met een glimlach wél voor zichzelf durft te claimen. In zijn eerste seizoen als technisch directeur werd de Champions League gehaald, voor het eerst in tien jaar.
„Die claim ik gewoon", zegt hij lachend. „Omdat het eigenlijk Ernest zijn werk was."
Een avontuur dat verder gaat
Terwijl Van Gellekom deze dagen weer even voet op Nederlandse bodem zet, is duidelijk dat Australië inmiddels meer is geworden dan een tijdelijke bestemming. Hij heeft er een rol gevonden waarin hij zijn ervaring vanuit Nederland kan combineren met de uitdaging om een voetbalcultuur verder te professionaliseren.
En juist dat maakt het avontuur interessant: niet alleen spelers ontwikkelen, maar ook een organisatie bouwen.
Voor een jongen uit Limburg die ooit „even ging buurten" in Australië, is dat een behoorlijk grote stap. Maar aan zijn enthousiasme te horen, voelt het inmiddels verrassend vanzelfsprekend.
Australië mag dan ver weg zijn van Eindhoven, de ambitie is hetzelfde: jonge spelers beter maken, ze klaarstomen voor het hoogste niveau en uiteindelijk de deuren naar Europa openen. Van Gellekom is vastbesloten om daar zijn steentje aan bij te dragen.